Duits Basis · Les 1.2 · Kennismaken
Na deze les kun je zeggen waar je vandaan komt, waar je woont en welke talen je spreekt. Je vraagt het ook aan een ander. Uit een kort briefje haal je naam, land en woonplaats.
HerhaalStap 1
Drie vragen over les 1.1. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
Een paar dagen later zit je in het café op de hoek. Naast je komt iemand zitten van ongeveer je eigen leeftijd: Jonas. Jullie raken aan de praat. Waar kom je vandaan? Waar woon je? Welke talen spreek je?
Jonas begint meteen met du. Dan doe jij dat ook: je volgt wat de ander doet.
In het gesprek komt Sam uit Nederland. Kom jij ergens anders vandaan? Onder "Wat je zegt" staat hoe je dat zegt.
LuisterStap 3
| Duits | Nederlands |
|---|---|
| kommen | komen |
| wohnen | wonen |
| sprechen, er spricht | spreken, hij spreekt |
| wer | wie |
| wo | waar |
| woher | waar ... vandaan |
| die Sprache, die Sprachen | de taal, de talen |
| und | en |
| auch | ook |
| ein bisschen | een beetje |
LeesStap 4
Jonas vraagt: Woher kommst du? Sam zegt: Ich komme aus den Niederlanden. Hetzelfde werkwoord, met een andere uitgang.
| kommen | wohnen | |
|---|---|---|
| ik | ich komme | ich wohne |
| jij | du kommst | du wohnst |
| hij, zij | er kommt, sie kommt | er wohnt, sie wohnt |
| u | Sie kommen | Sie wohnen |
In het Nederlands zeg je "ik kom" en "jij komt". In het Duits krijgt ich een -e en du een -st: ich komme, du kommst. Du kommt klinkt Nederlands, maar is fout. Bij Sie is het werkwoord gelijk aan het hele werkwoord: Sie kommen.
Sprechen doet bij du iets extra's: de e wordt een i. Ich spreche, maar du sprichst en er spricht. Leer Sprichst du nu als vaste vorm. Later komen er meer werkwoorden die zo veranderen.
| Nederlands | Duits |
|---|---|
| hoe | wie: Wie heißt du? |
| wie | wer: Wer spricht Spanisch? |
| waar | wo: Wo wohnst du? |
| waar ... vandaan | woher: Woher kommst du? |
Het Duitse wie is "hoe". "Wie" is in het Duits wer. Na het vraagwoord komt meteen het werkwoord, net als in het Nederlands: Wo wohnst du?, waar woon jij?
Waar je vandaan komt, zeg je met aus: Ich komme aus Belgien, aus Spanien, aus Hamburg. Waar je woont, zeg je met in: Ich wohne in Freiburg. Heeft het land een lidwoord, dan verandert dat na aus:
Leer ze nu als vaste zin. Waarom het lidwoord verandert, komt later.
Bis bald! betekent "tot gauw". Bald is binnenkort; met kaal heeft het niets te maken.
OefenStap 5
Vul de goede vorm in. Het hele werkwoord staat erachter.
Op het prikbord van het café hangt een briefje.
Hallo! Ich heiße Lena. Ich komme aus Österreich, aber ich wohne in Freiburg. Ich spreche Deutsch, Englisch und ein bisschen Französisch. Ich lerne Spanisch. Sprichst du Spanisch? Tschüs! Lena
Een nieuw woord: lernen is leren.
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vraagt de weg, in het Duits zoals je het in Duitsland hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
| Duits | Nederlands |
|---|---|
| Deutschland | Duitsland |
| Österreich | Oostenrijk |
| die Schweiz | Zwitserland |
| die Niederlande | Nederland (in het Duits meervoud) |
| Belgien | België |
| Großbritannien | Groot-Brittannië |
| die USA | de Verenigde Staten (meervoud) |
| Spanien | Spanje |
| Mexiko | Mexico |
| Duits | Nederlands |
|---|---|
| Deutsch | Duits |
| Niederländisch | Nederlands |
| Englisch | Engels |
| Französisch | Frans |
| Spanisch | Spaans |
Die Niederlande en die USA zijn in het Duits meervoud. Die Schweiz heeft een lidwoord. De andere landen in de lijst hebben er geen. Waarom dat ertoe doet, lees je hieronder bij aus.
Jonas komt naast je zitten en begint. Daarna praten jullie om de beurt, tot hij weg moet. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Duits | Nederlands |
|---|---|
| Ist hier frei? | Is deze plek vrij? |
| aber | maar |
| jetzt | nu |
| Bis bald! | Tot gauw! |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na. Eerst de zinnen uit het gesprek, met du.
| Duits | Nederlands |
|---|---|
| Ja, bitte. | Ja hoor, ga zitten. |
| Hallo, ich heiße Sam. | Hoi, ik heet Sam. |
| Ich komme aus den Niederlanden. Und du? | Ik kom uit Nederland. En jij? |
| Ich wohne auch in Freiburg. | Ik woon ook in Freiburg. |
| Wo wohnst du? | Waar woon jij? |
| Danke! Ein bisschen. Welche Sprachen sprichst du? | Dank je! Een beetje. Welke talen spreek jij? |
| Ich spreche Niederländisch und Englisch. Und ein bisschen Deutsch! | Ik spreek Nederlands en Engels. En een beetje Duits! |
| Tschüs, Jonas! | Doei, Jonas! |
| Duits | Nederlands |
|---|---|
| Ich komme aus Belgien. | Ik kom uit België. |
| Ich komme aus Großbritannien. | Ik kom uit Groot-Brittannië. |
| Ich komme aus den USA. | Ik kom uit de Verenigde Staten. |
| Ich komme aus Spanien. | Ik kom uit Spanje. |
| Ich komme aus Mexiko. | Ik kom uit Mexico. |
| Ich spreche Niederländisch und Französisch. | Ik spreek Nederlands en Frans. |
| Ich spreche Spanisch und Englisch. | Ik spreek Spaans en Engels. |
Dezelfde vragen aan iemand tegen wie je Sie zegt, zoals Frau Brandt.
| Duits | Nederlands |
|---|---|
| Woher kommen Sie? | Waar komt u vandaan? |
| Wo wohnen Sie? | Waar woont u? |
Lees het briefje van Lena. Kies het goede antwoord.
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.