Vraagwoorden

Vraagwoorden in de Duitse taal.

Fragew├Ârter Vraagwoorden
Was Wat?
Wer Wie?
Wer Wie? (meervoud)
Was, welche Wat, welke?
Welche, welches, welcher Wat, welke? (meervoud)
Wo Waar?
Wohin Waarheen?
Wie Hoe?
Warum Waarom?
Wann Wanneer?
Was ist das Wat is dit?
Ist das Ihr Stuhl Wat is uw stoel?
Wieviel kostet das / wie teuer ist das? Hoeveel kost dat / hoe duur is dat?
Wie schreibst du ...? Hoe schrijf je ...?

Delen met vrienden