In een restaurant

In een restaurant in de Duitse taal.

In einem Restaurant In een restaurant
Sollen wir hineingehen? Zullen we naar binnen gaan?
Sollen wir hier sitzen? Zullen we hier gaan zitten?
Ich habe Durst Ik heb dorst
Ich habe Hunger Ik heb honger
Ich nehme ... Ik neem ...
Was nimmst du? Wat neem jij?
W├╝rden Sie mir bitte einen Cola geben? Wilt u mij een Coca Cola geven/inschenken?
Haben Sie ... bitte? Heeft u ... alstublieft?
Wollen Sie mir ...? Wilt u mij ... geven?
Ist / gibt es noch ...? Is/zijn er nog ...?
Es gibt / sind nicht mehr Die is/zijn er niet meer
Haben Sie sich entschieden? Heeft u al beslist?
Kann ich Ihnen helfen? Kan ik u ergens mee van dienst zijn?
Willst du was (anderes)? Wenst u nog iets (anders)?
Noch etwas? Nog iets anders?
Noch ein Bier bitte Nog een biertje graag
Wo sind die Toiletten? Waar zijn de toiletten?

Delen met vrienden